Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden een voertuig dat voor de recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; op de weg te parkeren bij, voor, naast of achter een bewoond perceel op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht vanuit dat perceel voor de bewoners op hinderlijke wijze wordt belemmerd; op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte en/of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.. Het in het eerste lid onder a gestelde verbod geldt niet van 1 juli tot 1 september. 3.. Het college kan ontheffing verlenen: van het in het eerste lid onder a gestelde verbod voor de overige maanden dan die genoemd in het tweede lid; van het in het eerste lid onder c gestelde verbod 4.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale caravan- en tentenverordening, het Provinciaal wegenreglement Zuid-Holland of de Provinciale landschapsverordening.

Rechtspraak bij dit artikel