Dit artikel bepaalt dat het college in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvragen kan afwijken van de bepalingen van deze verordening, en dus niet van de in de wet zelfe genoemde bepalingen. Zo nodig wordt hierbij advies ingewonnen. Dit afwijken kan alleen maar ten gunsten, en nooit ten nadele van de jeugdige of zijn ouders. Verder is met nadruk gemeld dat dit artikel toegepast wordt in bijzondere gevallen, wanneer de regels in deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard voor de jeugdige of zijn ouders zouden leiden.