Deze bepaling is een uitwerking van de bij nota van wijziging (Kamerstukken II 2013/14 33 684, nr. 11, artikel D) ingevoegde verplichte delegatiebepaling van artikel 2.9, onder d, van de wet, waarbij is bepaald dat de gemeente bij verordening regels stelt voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele maatwerkvoorziening (in natura of PGB), alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.
Het tweede, derde en vijfde lid bevatten een herhaling van hetgeen al in de tekst van de wet is opgenomen (Jeugdwet artikelen 8.1.2, 8.1.3, 8.1.4). Met opname van deze wettekst in de verordening wordt beoogd een compleet beeld te geven van de regels voor de beschrijfding van het ten onrechte ontvangen van een individuele maatwerkvoorziening (in natura of PGB), alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.
De wettekst van de artikelen 8.1.2 tot en met 8.1.4 is veelal beperkt tot de PGB. Waar mogelijk en zinvol, is dit ter uitwerking van de delegatiebepaling in artikel 2.9, onder d, van de wet, in de verordening uitgebreid tot de individuele maatwerkvoorziening in natura. Hiervoor kan ook steun gevonden worden in de tekst van de toelichting op artikel 8.1.2, waarbij is vermeld dat de in het eerste lid geregelde inlichtingenverplichting als uitgangspunt heeft dat van de jeugdige en zijn ouders aan wie een individuele maatwerkvoorziening of een daaraan gekoppeld PGB is verstrekt, verlangd kan worden dat ze voldoende gegevens en inlichtingen verstrekken om het college in staat te stellen te beoordelen of het beroep op die individuele voorziening of het daaraan gekoppelde PGB terecht is gedaan.
De bepaling in lid 3f is opgenomen naar analogie van artikel 5.20, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling langdurige zorg op basis waarvan het zorgkantoor de verleningsbeschikking kan wijzigen of intrekken indien de verzekerde langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de wet of de Zorgverzekeringswet
Als binnen zes maanden na de beslissing tot het verstrekken van een PGB nog geen voorziening is getroffen, heeft het college de bevoegdheid om de beslissing geheel of gedeeltelijk in te trekken.
De regels voor verhaal van kosten zijn opgenomen en de bevoegdheid is hiermee aan het college gegeven tot het (in geldwaarde) terugvorderen van een ten onrechte verstrekte individuele maatwerkvoorziening (in natura of PGB). Hierbij is tevens bepaald dat het college het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel kan invorderen.
In het achtste lid wordt bepaald dat het college het gebruik van individuele maatwerkvoorzieningen (in natura of PGB) al dan niet steekproefsgewijs kan onderzoeken op kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid.
Artikel 15.
Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele maatwerkvoorzieningen (in natura of PGB) en misbruik of oneigenlijk gebruik.
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2019-2 gemeente Leeuwarden