Naar hoofdinhoud
1.. Raadsleden dienen schriftelijke vragen of schriftelijke verzoeken om inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169 derde lid en 180 derde lid van de Gemeentewet aan het college of de burgemeester ondertekend in bij de griffier. 2.. De griffier brengt de vragen en verzoeken zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3.. Schriftelijke beantwoording dan wel het schriftelijk verstrekken van de gevraagde inlichtingen vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen respectievelijk verzoeken zijn ingediend. 4.. Schriftelijke antwoorden en inlichtingen van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden beschikbaar gesteld. 5.. De vragen/verzoeken en antwoorden/inlichtingen worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van deze verordening aan de leden van de raad gezonden en vormen een agendapunt voor de eerstvolgende raadsvergadering. 6.. De vragensteller dan wel verzoeker en de overige leden van de raad kunnen in de eerstvolgende raadsvergadering nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord dan wel de verstrekte inlichtingen en/of hierover het woord voeren, tenzij de raad anders beslist. Behandeling in de raad vindt plaats in één termijn.

Rechtspraak bij dit artikel