De Verordening leerlingenvervoer gemeente Brunssum 2014 kent een hardheidsclausule. Dit betekent dat in gevallen die niet in de Verordening geregeld zijn en waarin dit tot een kennelijk onbillijke situatie zou leiden er met een beroep op deze bepaling alsnog bekostiging van leerlingenvervoer kan worden verleend.
Toepassing van de hardheidsclausule is bedoeld voor echt uitzonderlijke situaties, omdat het overgrote deel van de voorkomende situaties in de Verordening en de Uitvoeringsregels is geregeld. De hardheidsclausule kan alleen worden toegepast als een leerling voldoet aan de eisen van de Verordening Leerlingenvervoer en voor leerlingenvervoer in aanmerking komt. Er kan alleen sprake zijn van een bijzondere omstandigheid als die omstandigheid het gezin onderscheidt van andere gezinnen.
Voorbeelden van situaties waarin de hardheidsclausule in elk geval niet geldt zijn:
Voorbeeld 1: afstand woning-school is minder dan 6 kilometer en ouders hebben praktische of financiële problemen om hun kind naar school te begeleiden.
Voorbeeld 2: kind in voortgezet onderwijs kan zelfstandig reizen met openbaar vervoer maar ouders kunnen de kosten niet dragen.
Voorbeeld 3: ouders kunnen de leerling door werkzaamheden of andere bezigheden niet naar school brengen en er is verder geen sprake van bijzondere omstandigheden.
De aanpak die door de gemeente is ingezet is conform de visie zoals bedoeld in het gemeentelijk beleidskader Visie Sociaal Domein Brunssum. Oplossingen worden in eerste instantie gezocht in het eigen gezin, vervolgens in het netwerk van het gezin, daarna kan waar nodig een collectieve voorziening ingezet worden. De inzet van de hardheidclausule is de achtervang. Ter verduidelijking van de gewenste uitvoeringspraktijk geldt de volgende aanpak:
Op aanvraag worden de bijzondere omstandigheden van persoon en gezin beoordeeld ten opzichte van andere gezinnen in vergelijkbare gezins-en financiële omstandigheden. Het betreft een integrale afweging op grond van de persoonlijke verantwoordelijkheid van de ouders. Daarbij wordt via een objectieve probleemanalyse rekening gehouden met:
specifieke kenmerken van het kind, en
de mogelijkheden om het vervoer naar school te realiseren met behulp van het eigen netwerk van de ouders, en
de mogelijkheid om eventueel derden, zoals vrijwilligers(organisaties), in te schakelen om het vervoer naar school te realiseren.
Het streven daarbij is om het vervoer naar school te realiseren zonder extra ondersteuning door de gemeente. Voor een probleemanalyse worden indien nodig deskundigen ingeschakeld (zie artikel 9, lid 4 en art. 16, lid 2 van de Verordening).
Ter voorkoming van – ongewenste – precedentwerking dient de toepassing van de hardheidclausule te worden onderbouwd met argumenten die betrekking hebben op de specifieke, concrete situatie van de leerling of ouders van de leerling.
Hoofdstuk 6:
Artikel 25: