Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Plaatsen van een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening

Onderdeel van Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders houdende woonwagenstandplaatsen: Beleidsregels Woonwagenstandplaatsen 2019

Regelgeving Artikel 4, tweede lid, van bijlage II behorend tot het Bor bepaalt het volgende: Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de wet, van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5m, en de oppervlakte niet meer dan 50m²; Beleidsregel Voor woonwagenlocaties gelden de volgende regels. Aan de bouw van infrastructurele voorzieningen wordt medewerking verleend. Aan de bouw van openbare voorzieningen wordt medewerking verleend. Toelichting Ad 1. Gebouwen ten behoeve van infrastructurele of openbare voorzieningen zijn per definitie noodzakelijk en zijn niet groter dan nodig. Het opnemen van beperkingen is derhalve niet noodzakelijk. Wel zal altijd worden gekeken naar een zo geschikt mogelijke locatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel