Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt en van wie het gezamenlijk inkomen meer bedraagt dan het jaarlijks vastgestelde drempelbedrag van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand (6 km) te boven gaan.
Als het college in plaats van vergoeding in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt of laat verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage. Deze bijdrage is gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand. De bijdrage wordt alleen geheven als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan het bedrag dat jaarlijks bepaald en geïndexeerd wordt door de VNG. Deze bedragen worden op de site van de VNG gepubliceerd en op de website van de gemeente en zij worden vermeld op het aanvraagformulier.
De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt. Dit is ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.
Het bedrag genoemd in het eerste en tweede lid, wordt rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-.
Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap van ander vervoer dan openbaar vervoer gebruik moeten maken of die vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.