Indien na overtreding van een verbod als bedoeld in de artikelen 4.1.1, 4.2.1, 4.2.2, 4.2.3, 4.3.6, 4.3.11, 4.5.1 en 4.5.2 naar het oordeel van het dagelijks bestuur van het Recreatieschap Westfriesland ernstige vrees bestaat dat de veiligheid in de haven door de overtreder(s) opnieuw zou kunnen worden verstoord, kunnen zij deze overtreder(s) met zijn (hun) vaartuig, respectievelijk de schipper met het vaartuig waarop de overtreding plaatsvond voor maximaal 12 maanden de toegang tot de haven ontzeggen.