Per 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden (Stb. 2017, 77). Daarbij is een nieuw artikel 151d Gemeentewet ingevoerd dat onder meer de discretionaire bevoegdheid van de burgemeester omvat tot toepassing van bestuursdwang in de vorm van het geven van een gedrags-aanwijzing (uitsluitend) ter bestrijding van ernstige woonoverlast voor omwonenden, veroorzaakt door (een) andere bewoner(s) in de nabije omgeving. De bevoegdheid strekt niet tot handhaving van de openbare orde, maar ziet enkel op het in bestuursrechtelijke zin interveniëren in gespannen burenverhoudingen vanwege ernstige en herhaaldelijke hinder in of vanuit een woning of een bij die woning horend erf of in de onmiddellijke nabijheid ervan. Het betreft een aangelegenheid die tot de autonome huishouding van de gemeente Bergeijk wordt gerekend.
Deze beleidsregels voorzien voor de gemeente Bergeijk in een nadere invulling van het wetsartikel.
De wetgever heeft de term 'ernstige hinder' niet nader gedefinieerd en vooral beschreven aan de hand van exemplarische voorbeelden van gedragingen die kwalificeren als (ernstige) woonoverlast. Het betreft daarmee op zichzelf een containerbegrip met (in beginsel) een ruim toepassingsbereik.
Vanwege het context gebonden karakter ervan is het onmogelijk om alle potentiële situaties van ernstige hinder op voorhand limitatief op te sommen. Ditzelfde geldt voor de wijze waarop situaties van ernstige en herhaaldelijke hinder met toepassing van de bestuursdwangbevoegdheid van artikel 151d jo. artikel 125, eerste lid, Gemeentewet effectief kunnen worden aangepakt. Ook dit vergt steeds een maatwerkoplossing die zo goed mogelijk aansluit bij de individuele kenmerken en omstandigheden van het geval.
In deze beleidsregel staat om die reden in hoofdlijnen beschreven in welke gevallen en onder welke voorwaarden de burgemeester gebruik zal maken van het opleggen van de bestuursrechtelijke herstelsanctie van de gedragsaanwijzing van artikel 151d Gemeentewet.
Ter verduidelijking van de te hanteren bestuurlijke gedragslijn beschrijft de beleidsregel daartoe eerst enige achtergrond bij de bevoegdheid van artikel 151d Gemeentewet. Vervolgens wordt het procedurele kader geschetst waarbinnen de burgemeester een afweging zal maken of en zo ja, op welke wijze de bevoegdheid tot het geven van een gedragsaanwijzing wordt toegepast en een concrete invulling krijgt.
Van groot belang is dat de bevoegdheid van de burgemeester tot het geven van een gedrags-aanwijzing pas aan de orde is, indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden bestreden (artikel 151d, tweede lid, Gemeentewet)
Gelet op het karakter van deze beleidsregel, kan in bijzondere omstandigheden — via de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht — worden afgeweken van de in deze beleidsregel beschreven gedragslijn. Dit indien dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Ten slotte is bij de toepassing van deze beleidsregel van belang te onderkennen dat artikel 151d Gemeentewet een nieuwe bevoegdheid creëert. Ten tijde van de vaststelling van deze beleidsregel bestaat met andere woorden nog geen bestendige, vaste bestuurlijke gedragslijn.