Naar hoofdinhoud

Artikel 5.1

Ketenaanpak woonoverlast: van melding naar gedragsaanwijzing

Onderdeel van Beleidsregels aanpak woonoverlast gemeente Bergeijk

De lokale aanpak van woonoverlast is erop gericht dat partners en/of betrokken bewoners in eerste instantie zelf nagaan wat redelijkerwijs in hun mogelijkheid ligt om de overlast te stoppen. Geprobeerd wordt om in eerste instantie bewoners altijd te wijzen op buurtbemiddeling en mediation. Mocht bemiddeling geen effect hebben of niet mogelijk zijn dan kan door de Integraal Veiligheid Coordinator een casusoverleg worden gepland. In dit overleg wordt de voortgang van signalen besproken en wordt besproken of/op welke wijze een nieuwe casus integraal moet worden opgepakt. In een dergelijke integrale aanpak worden ketenpartners betrokken en wordt bezien welke partner de beste kaarten in handen heeft om te interveniëren. Het is mogelijk dat een combinatie van verschillende instrumenten wordt ingezet. Hierbij is de samenwerking en continue afstemming tussen de partners van belang. Bewoners worden ook betrokken bij het maken van overwegingen. Het uitgangspunt is dat wordt geprobeerd om de relaties in de buurt te herstellen of te verbeteren zodat iedereen in rust naast elkaar kan blijven wonen. Niet-juridische maatregelen zijn hierbij vaak effectiever, omdat juridische maatregelen nog wel eens olie op het vuur (kunnen) zijn van een conflict. Bij woningbouwcorporaties geldt dat er meer mogelijkheden zijn dan bij een koopwoning als er sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder. Verhuurders hebben met de (vrijwillige of gerechtelijke) gedragsaanwijzing in het huurrecht een vergelijkbaar instrument als de bestuurlijke gedragsaanwijzing. In afstemming wordt besproken welk instrument in de specifieke casus passend is. Een overweging kan zijn dat het in sommige gevallen niet wenselijk wordt geacht dat bij niet-naleving van de gedragsaanwijzing ontbinding van de huurovereenkomst volgt, zoals bij de huurrechtelijke gedragsaanwijzing het geval is. Met andere woorden: het is dan niet wenselijk dat mensen op straat komen te staan. Een andere mogelijkheid is om als woningbouwcorporatie eerst een vrijwillige gedragsaanwijzing op te stellen. Hierbij maakt de corporatie wederzijdse afspraken met de betreffende overlastgever over diens gedrag. Bij niet-naleving van deze afspraken kan een contractuele boeten worden opgelegd, of alsnog naar de rechter gestapt kan worden. Bestaande instrumenten zijn verder bijvoorbeeld: Bewoners: gesprek met de buren, melding maken bij woningbouwcorporatie, verhuurder of vereniging van eigenaren, buurtbemiddeling inschakelen, ordemaatregel via het civiele recht, mediation via burenrechter, aangifte van strafbare feiten, handhavingsverzoek bij de gemeente. Politie: Opsporing en vervolging (met openbaar ministerie), hulpverlening op grond van artikel 3 Politiewet, bemiddeling door de wijkagent, doorverwijzen naar buurtbemiddeling of hulpverleningsinstellingen. Woningbouwcorporaties: vrijwillige gedragsaanwijzing (inclusief contractuele boete), gedragsaanwijzing via het huurrecht, tweede- of laatste kans contract, geluidsmetingen, ontbinding huurovereenkomst bij de rechter, aanpassingen aan woning waardoor overlast wordt verminderd (bijv. geluidsisolatie), mediation, woonoverlast dagboek. Professionele hulpverlening: o.a. bemoeizorg, verslavingszorg, psychiatrie en de mogelijkheden binnen de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. Gemeente: handhaving (verschillende wetgeving), aanpak van woonfraude en oneigenlijk gebruik, mediation, woonoverlast dagboek, doorverwijzing naar hulpverlening, waarschuwing, bestuurlijke gedragsaanwijzing. Zoals te zien in bovenstaande opsomming is de bestuurlijke gedragsaanwijzing één mogelijkheid binnen het brede instrumentarium voor de aanpak van woonoverlast. Om een goede afweging te maken welk instrument in de specifieke casus moet worden ingezet, maakt het casusoverleg de volgende overwegingen. Vindt de overlast plaats in een woning of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf', of in de openbare ruimte (als dat niet het geval is, is er geen sprake van woonoverlast)? Is het duidelijk wie de overlastgever(s) is of zijn? Is er hoor en wederhoor toegepast om een eenzijdig beeld te voorkomen? Hebben alle betrokken partners eenzelfde beeld bij de situatie? Hoe groot is de (persoonlijke) impact van de overlast op buurt(bewoners)? Is het instrument praktisch toepasbaar? Zijn de belangen van alle betrokken partijen zorgvuldig afgewogen? Wordt een bestuurlijke gedragsaanwijzing in overweging genomen, dan wordt daartoe contact gezocht met een juridisch adviseur.

Rechtspraak bij dit artikel