Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Standpunt bevoegd gezag

Onderdeel van Regeling melden vermoeden misstand gemeente Haarlem 2019

1.. Het bevoegd gezag stelt binnen acht weken na ontvangst van een melding een onderzoek in naar het gemelde vermoeden van een misstand conform het Onderzoeksprotocol vermoeden misstand gemeente Haarlem 2019, tenzij: de melding niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 8, vierde lid; de melding kennelijk ongegrond is, onder andere omdat op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand; er onvoldoende aanwijzingen zijn of het vermoeden onvoldoende waarschijnlijk is voor onderzoek; het maatschappelijk belang bij een onderzoek dan wel de ernst van de misstand kennelijk onvoldoende is; er een andere melding, dezelfde misstand betreffende, in behandeling is bij het Meldpunt Integriteit of is afgedaan, behoudens indien een nieuw feit of een andere omstandigheid bekend is geworden en zulks tot een ander oordeel over de bedoelde misstand zal kunnen leiden; er een ander traject van toepassing is, zoals een klacht-, bezwaar- of beroepsprocedure; bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak reeds over de misstand is geoordeeld; er aanvullende informatie nodig is, te verkrijgen door middel van vooronderzoek. 2.. Het bevoegd gezag stelt de melder binnen acht weken na ontvangst van de melding schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. 3.. Als duidelijk is dat het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, informeert het bevoegd gezag de melder daar schriftelijk over. Daarbij wordt aangegeven binnen welke termijn de melder het standpunt tegemoet kan zien. Als de totale termijn daardoor meer dan twaalf weken is, wordt dit gemotiveerd. 4.. Als het bevoegd gezag besluit geen onderzoek in te stellen, informeert hij de melder schriftelijk binnen vier weken na de melding. Daarbij wordt aangegeven waarom geen onderzoek wordt ingesteld. 5.. Het Meldpunt Integriteit informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft door toezending van het standpunt, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad. 6.. Het door het bevoegd gezag ingenomen omtrent het gemelde vermoeden van een misstand standpunt is geen besluit in de zin van de Algemene wet Bestuursrecht en staat derhalve niet open voor bezwaar en beroep. 7.. Het bevoegd gezag is niet verplicht een onderzoek voort te zetten, indien de melder naar het oordeel van het bevoegd gezag onvoldoende meewerkt aan een zorgvuldig verloop van het onderzoek of het bewaren van de vertrouwelijkheid van uitkomsten van het onderzoek, of een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid bekend wordt, op grond waarvan het bevoegd gezag tot het oordeel komt dat de melding kennelijk ongegrond is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel