Naar hoofdinhoud
Er zijn meerdere niveaus van de inwoners te onderscheiden waarop de ondersteuning aansluit en een minimale deskundigheid gevraagd wordt; Niveau A: Voorbeelden van kenmerken van inwoners of gezinssystemen die hieronder vallen: er is meestal geen of in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek; er is sprake van een stabiele (ontwikkel- en/of opvoed-) context; de inwoner en/of het gezinssysteem kan afspraken maken over het moment van de ondersteuning; de kans op risicovolle situaties en of escalatie is gering; de inwoner heeft voldoende inzicht: kan veranderingen in eigen ondersteunings-behoefte signaleren en hierop reageren; de inwoner of het gezinssysteem is gemotiveerd voor het volgen/ ontvangen van ondersteuning. Niveau B: Voorbeelden van kenmerken van inwoners of gezinssystemen die hieronder vallen: er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning; de kans op risicovolle situaties en/of escalatie is aanwezig maar niet groot; de inwoner of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf signaleren, maar is/zijn onvoldoende in staat om hierop te reageren; de motivatie van de inwoner/gezinssysteem voor het volgen van de ondersteuning is wisselend. Niveau C: Voorbeelden van kenmerken van inwoners of gezinssystemen die hieronder vallen: er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning; de ondersteuning is niet routinematig; er is geen stabiele (ontwikkel- en/of opvoed-) context; er is hoog risico op escalatie/gevaar; met de inwoner of het gezinssysteem is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning doordat de situatie sterk wisselend is en onvoorspelbaar; voortdurend is herziening van de planning van de ondersteuning nodig; de inwoner of het gezinssysteem kan/kunnen veranderingen zelf in het geheel niet signaleren; er kan verscherpt toezicht nodig zijn; de inwoner of het gezinssysteem is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de ondersteuning of behandeling. Niveau D: Dit niveau is niet van toepassing op deze beleidsregels. Niveau E: Betreft de afzonderlijke medicatiecontrole voor jeugd en is een verbijzondering van ondersteuningsbehoefte 4. Dit geldt alleen voor ziekenhuizen of jeugdhulpaanbieders die medicatiecontrole inzetten voor kinderen met ADHD en gedragsproblemen. Uitgangspunt is dat deze medicatiecontrole via zorgaanbieders verloopt. Alleen in specifieke gevallen kan het ook via ziekenhuizen verlopen. Wanneer een zorgaanbieder binnen de behandeling medicatiecontrole inzet, valt dit onder ondersteuningsbehoefte 4A, 4B of 4C. Niveau F: Betreft de diagnostiek en behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (hierna: EED) en maakt onderdeel uit van ondersteuningsbehoefte 4. Organisaties die voldoen aan de landelijke richtlijnen voor EED zorg kunnen diagnostiek (max. 15 uur) en behandeling (max. 70 uur) gericht op EED bieden aan jeugdigen van 7-13 jaar. De behandeling wordt pas ingezet als begeleiding uit het onderwijs tot onvoldoende resultaat heeft geleid en andere oorzaken (zoals slechte ogen, slecht taalonderwijs, of zeer laag IQ) zijn uitgesloten. EED-ondersteuning is aanvullend op onderwijsondersteuning die gelijktijdig plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel