De jeugdige of zijn ouders moet(en) met de beschikking de informatie krijgen die nodig is om hun rechtspositie te bepalen en te begrijpen. Hiervoor is nodig dat de beschikking de jeugdige of zijn ouders goed en volledig informeert.
In de beschikking voor het verstrekken van een individuele voorziening wordt daarom het volgende vastgelegd:
de individuele voorziening die wordt verstrekt;
het beoogde resultaat daarvan;
de ingangsdatum en duur van de verstrekking;
de directe tijd die met de voorziening gepaard gaat;
een zo concreet als nodige beschrijving van de toegekende zorg;
of de voorziening in natura of in pgb wordt verstrekt, en indien van toepassing;
welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn en welk resultaat daarmee wordt beoogd.
Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb vermeldt de beschikking naast de bovengenoemde zaken bovendien:
hoe de bekwaamheid van de aanvrager is getoetst en dat pgb passend wordt geacht;
de hoogte van het pgb;
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb (zie hfdst 6, §6.2 ad 3);
hoe de feitelijke betaling ten laste van het te verstrekken pgb plaatsvindt;
de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Een door de zorgaanbieder ingevuld afsprakenoverzicht, waarin onder andere is vastgelegd aan welke doelen gewerkt gaat worden, is onderdeel van de beschikking.
Uitzondering hierop zijn de zorgaanbieders die ondersteuning middels niveau E ‘medicatiecontrole’ en niveau F ‘diagnostiek en behandeling EED’ leveren. Voor deze twee niveaus hoeven de zorgaanbieders geen afsprakenoverzicht te versturen, aangezien het resultaat, de duur en de frequentie bij deze niveaus op voorhand bekend zijn.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2