Naar hoofdinhoud
1.. Aan de gemeentesecretaris wordt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3 en 5, algemeen mandaat verleend, als bedoeld in artikel 10:5, lid 1 van de wet, om alle bevoegdheden van burgemeester en wethouders en de burgemeester uit te oefenen, met uitzondering van de in bijlage 3 vermelde bevoegdheden. 2.. De gemeentesecretaris verleent voor de hem gemandateerde bevoegdheden algemeen onder-mandaat aan de afdelingshoofden, met uitzondering van de in bijlage 4 vermelde bevoegdheden. 3.. Een afdelingshoofd kan het in het tweede lid bedoelde ondermandaat slechts uitoefenen voor zover het betrekking heeft op de taken passend binnen zijn functie. 4.. Een afdelingshoofd verleent voor de aan hem gemandateerde bevoegdheden algemeen a.. ondermandaat aan de medewerkers die op zijn afdeling werkzaam zijn. 5.. Een medewerker kan het in lid 4 bedoelde ondermandaat slechts uitoefenen voor zover het betrekking heeft op de taken passend binnen zijn functie en met inachtneming van het bepaalde in artikel 5. 6.. In afwijking van bepaalde in lid 1, wordt, met uitsluiting van anderen, specifiek mandaat verleend in de in bijlage 2 genoemde gevallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel