Naar hoofdinhoud
1.. Bij besluiten met financiële uitgaven wordt aan het mandaat als bedoeld in artikel 2, lid 4, de voorwaarde verbonden dat de budgethouder als bedoeld in de budgethouders-regeling instemming verleent aan de betreffende financiële uitgaven. 2.. Weigering van de in lid 1 genoemde instemming dient te worden gemotiveerd. 3.. Indien de gemandateerde en de budgethouder niet tot overeenstemming komen ten aanzien van de in lid 2 genoemde weigering, beslist het afdelingshoofd als bedoeld in artikel 2, lid 3 van deze regeling. 4.. Bij besluiten, als bedoeld in lid 1, wordt een maximum gehanteerd van € 100.000,-. 5.. Bij besluiten, als bedoeld in lid 1, met een bedrag hoger dan € 100.000,- is instemming vereist van het afdelingshoofd, als bedoeld in artikel 2, lid 3 van deze regeling. 6.. Bij besluiten als bedoeld in lid 5, kan het afdelingshoofd volstaan met een eenmalige instemming, wanneer het repeterende uitgaven betreft, waarvoor reeds een budget is vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel