Naar hoofdinhoud
1.. De heffingsambtenaar kan een voorlopige aanslag opleggen, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, zulks naar zijn mening rechtvaardigt. 2.. De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag rioolheffing die wordt vastgesteld in of na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, geschiedt op grond van het laatste waterverbruik zoals dat bij Drinkwaterbedrijf Oasen bekend is. 3.. Indien vooraf geen gegevens bekend zijn, stelt de heffingsambtenaar de voorlopige aanslag vast op basis van een schatting. 4.. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan het op de voet van de vorige leden berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag gesteld op dit lagere bedrag.

Rechtspraak bij dit artikel