Naar hoofdinhoud
1.. De beheerder is bevoegd om in mandaat (namens het college die zorgdrager is in de zin van de Archiefwet 1995) uitvoering te geven aan: art. 13 Archiefbesluit 1995, betreffende de keuze, inrichting en locatie van archiefruimten bestemd voor het bewaren van archiefbescheiden; art. 8 Archiefbesluit 1995, betreffende het opstellen van de verklaring inzake vernietiging, vervanging of vervreemding van archiefbescheiden; art. 9 Archiefbesluit 1995, betreffende overbrenging van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats; art. 15 Archiefwet 1995, betreffende beperkingen op de openbaarheid van archiefbescheiden, alvorens deze worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats; art. 25 Archiefregeling, betreffende de conversie of migratie van digitale archiefbescheiden, met uitzondering van het vaststellen van de verklaring als bedoeld in het tweede lid. 2.. De beheerder is belast met het beheer van de archiefbescheiden in overeenstemming met de eisen van het gehanteerde kwaliteitssysteem. 3.. De beheerder gaat pas over tot de feitelijke vernietiging nadat hij de goedkeuring heeft ontvangen van de gemeentearchivaris op de daartoe opgestelde specificatie van de vernietigbare archiefbescheiden. 4.. De beheerder maakt van zijn mandaat geen gebruik, indien daarmee afgeweken wordt van een terzake door de gemeentearchivaris gegeven advies. In deze gevallen legt de beheerder het concept-besluit, vergezeld van het advies van de gemeentearchivaris, ter besluitvorming voor aan burgemeester en wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel