Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Zaltbommel 2019-1

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; terrassen als bedoeld in artikel 2:28; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19; overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Woningwet, of de provinciale wegenverordening. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard 3.. Het college kan categorieën van voorwerpen en plaatsen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt en ten aanzien van die voorwerpen en die plaatsen nadere regels stellen. 4.. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5.. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel