Uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, dient het bestuur de aanvraag tot subsidievaststelling in vergezeld van een inhoudelijk jaarverslag.
De subsidie wordt vastgesteld op basis van het per kwartaal gemiddeld aantal peuters en opvanguren per peuter aan de hand van het afgesproken subsidietarief, de berekende ouderbijdrage en onderverdeling naar categorieën van artikel 5, lid 2 onder a. en b en artikel 8, lid 2.
Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidie-vaststelling de subsidie vast.
Het college kan deze termijn voor ten hoogste 13 weken verlengen.
Artikel 12
Verantwoording en vaststelling subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie 2019 gemeente Molenlanden