Lid 1
De bijzondere regeling is van toepassing op de in bijlage A opgenomen functiegroep(en) en functies.
Lid 2
De leidinggevende stelt voor deze groep de individuele werktijden vast volgens artikel 4:4 van de CAR/UWO.
Lid 3
Het college kan met instemming van de OR de in de bijlage A genoemde functies/functiegroep(en) wijzigen.
Lid 4
Medewerkers in de bijzondere regeling kunnen conform de bepalingen in de CAR/UWO aanspraak maken op de overwerkvergoeding (artikel 3:2:1 CAR/UWO), de toelage onregelmatige dienst (artikel 3:3 CAR/UWO), beschikbaarheidsvergoeding (artikel 3:3:1 CAR/UWO) en verschuivingsvergoeding (artikel 3:4 CAR/UWO).