Lid 1
De duur van de vakantie van de ambtenaar met een volledige aanstelling, wordt met ingang van 1 januari 2017 vastgesteld op in totaal 154,8 uren per kalenderjaar (21½ dagen van 7,2 uur).
Lid 2
Een werkdag wordt daarbij vastgesteld op 7,2 uur per dag.
Lid 3
De duur van de vakantie, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, van een ambtenaar met een aanstelling in deeltijd wordt naar evenredigheid verminderd.