Lid 1
Op grond van het bepaalde in artikel 6:2:1 lid 4 van de CAR/UWO wordt de aan de ambtenaar toekomende vakantie vermeerderd met 14,4 uren, voor zover de wachtdiensten ten minste op gemiddeld 90 kalenderdagen in een periode van 12 maanden zullen moeten worden verricht, hetgeen uit de schriftelijke aanwijzing (van het college van B&W) moet blijken.
Lid 2
Indien de wachtdiensten worden verricht op gemiddeld 60, 45 dan wel 20 dagen, wordt de aan de ambtenaar toekomende vakantie vermeerderd met resp. 10,8 uren, 7,2 uren dan wel 3,6 uren.