1. Het college onderzoekt indien gewenst, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn.
2. Het verantwoorden van een hulpmiddel of woningaanpassing geschiedt door het overleggen van een nota of getekende offerte waaruit blijkt dat de voorziening is gekocht, c.q. aangebracht, conform het programma van eisen zoals bij de beschikking is gevoegd en/of het ingediende persoonlijk plan wat ten grondslag ligt aan de toekenning van het hulpmiddel of de woningaanpassing.
Hoofdstuk 4.
Artikel 13.