Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Bevoegdheden

Onderdeel van Vaststelling gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Afeer

Aan het bestuur van het Openbaar Lichaam worden integraal alle bevoegdheden van de deelnemers overgedragen met betrekking tot de uitvoering van: de Wet sociale werkvoorziening, voor wat betreft de tot de doelgroep van de Wsw behorende ingezetenen die werkzaam zijn bij het Openbaar Lichaam; de Participatiewet, voor wat betreft de tot de doelgroep van Nieuw beschut onder de Participatiewet behorende ingezetenen die werkzaam zijn bij het Openbaar Lichaam; de Participatiewet, voor zover het betreft arbeidsinschakeling en beheersing van de Nederlandse taal, waaronder begrepen het opleggen van maatregelen en het afhandelen van bezwaarschriften dienaangaande, ten aanzien van personen die door deelnemers zijn aangemeld en die vallen onder de werking van artikel 7, eerste lid, sub a van de Participatiewet. De bevoegdheden als bedoeld in lid 1 berusten bij het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur kan toevertrouwde bevoegdheden mandateren, danwel delegeren aan het Dagelijks Bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Het Dagelijks Bestuur kan een of meer leden van het Dagelijks Bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. Het Dagelijks Bestuur kan toevertrouwde bevoegdheden mandateren aan de algemeen directeur. De mandatering vindt plaats in het directiestatuut. De gemandateerde bevoegdheden zijn opgenomen in de bij deze Gemeenschappelijke Regeling behorende Bijlage Bevoegdheden en Directiestatuut.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel