Het Algemeen Bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of het Dagelijks Bestuur het nodig acht.
De artikelen 17 en 19 van de Gemeentewet juncto artikel 22 van de Wet zijn van overeenkomstige toepassing.
De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar.
De deuren worden gesloten, indien een vijfde deel van de aanwezige Algemeen Bestuursleden daarom verzoekt, of indien de voorzitter het nodig acht. Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren beraadslaagd wordt.
Ten aanzien van de vergaderingen met gesloten deuren is artikel 24 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
In een besloten vergadering wordt niet beraadslaagd of besloten over het toetreden tot, het uittreden uit, of het wijzigen of opheffen van de regeling.
Het Algemeen Bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of van de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het Algemeen Bestuur de geheimhouding opheft.
De artikelen 16, 20, 22, 26 en 28 tot-en-met 30 van de Gemeentewet zijn, voor zover daarvan bij de Wet niet is afgeweken, op het houden van de orde van vergaderingen van het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam van overeenkomstige toepassing.