Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 21

Plaatsing van de nummerdragers

Onderdeel van Beheersregeling BAG Tilburg

Nummerdragers worden zo veel mogelijk aangebracht overeenkomstig het gestelde in de Nederlandse norm NEN 1773, uitgave 1983. Hierbij rekening houdend met de volgende voorschriften. Wanneer de ingang van een gebouw of van een zelfstandig deel daarvan onmiddellijk aan de straat is gelegen wordt het huisnummer aangebracht in het vlak van de voorgevel naast de ingang, zodanig dat het huisnummer vanaf de straat duidelijk leesbaar is. Wanneer de ingang van een gebouw of een zelfstandig deel van een gebouw aan een binnenterrein is gelegen of zich althans niet onmiddellijk aan de straat bevindt, wordt het huisnummer aangebracht naast die ingang en bovendien zodanig naast de aan de straat gelegen toegang, dat het huisnummer vanaf de straat duidelijk leesbaar is. Wanneer de toegang leidt naar meer gebouwen of zelfstandige delen van een of meer gebouwen, dan wordt overeenkomstig door ons te geven aanwijzingen naast die toegang in beknopte vorm een aanduiding geplaatst van de huisnummers, die bij de ingangen van die gebouwen of zelfstandige delen zijn aangebracht. Elk huisnummer wordt zodanig geplaatst, dat de bovenkant van het huisnummer of de huisnummerplaat zich op tenminste 2.10 meter en ten hoogste 2.30 meter boven het peil van de straat bevindt, of, indien de hoogte van de terreinafscheiding minder bedraagt dan 2.10 meter, zoveel mogelijk nabij de bovenkant van de afscheiding. Wanneer dit door ons noodzakelijk wordt geacht, kunnen in de gevallen, hierboven artikel 21 onder 2 tot en met 4 bedoeld, de huisnummers eveneens aangebracht worden bij de voor elk zelfstandig deel van een gebouw bestemde brievenbus.

Rechtspraak bij dit artikel