1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening in natura of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.
3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura (als bedoeld in artikel 2.3.5, van de wet) of middels een pgb (als bedoeld in 2.3.6, van de wet) (gedeeltelijk) herzien dan wel (gedeeltelijk) intrekken als het college vaststelt dat:
a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening is aangewezen;
c. de cliënt niet (langer) voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening verbonden voorwaarden of de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel gebruikt;
d. de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten;
e. de cliënt langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wlz of de Zvw;
f. als het college vaststelt dat de cliënt niet langer zijn/haar hoofdverblijf in de gemeente Bergen op Zoom heeft.
4. Het college kan een beslissing tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening middels een pgb (als bedoeld in artikel 2.3.6, van de wet) tevens (gedeeltelijk) herzien dan wel (gedeeltelijk) intrekken als blijkt dat de verantwoording van het pgb niet binnen de door het college nader te bepalen termijn heeft plaatsgevonden.
5. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, b of c, heeft ingetrokken en als blijkt dat de cliënt opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de ten onrechte ontvangen maatwerkvoorziening, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening:
a. ingeval de beslissing tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening (in natura of middels een pgb) volledig wordt ingetrokken, heeft de terugvordering betrekking op de kosten die zijn gemaakt vanaf het moment van de toekenning van de maatwerkvoorziening tot aan het moment dat de maatwerkvoorziening daadwerkelijk is stopgezet;
b. ingeval de beslissing tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening (in natura of middels een pgb) gedeeltelijk wordt ingetrokken, heeft de terugvordering betrekking op de kosten die zijn gemaakt in de periode dat de cliënt ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de maatwerkvoorziening;
c. ingeval het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening is ingetrokken, zal deze maatwerkvoorziening tevens worden teruggevorderd.
Artikel 19.