Naar hoofdinhoud
1.. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, wordt schriftelijk gestemd. 2.. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3.. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter van de raad beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.. De stembriefjes worden verzameld in een daartoe bestemde bus. 5.. De voorzitter van de raad onderzoekt of het aantal uitgebrachte stembriefjes overeenstemt met het aantal aan de stemming deelnemende leden. Is dit niet het geval dan wordt zonder opening van de briefjes, nadat deze zijn vernietigd een nieuwe stemming gehouden. 6.. Ieder briefje wordt vervolgens door de voorzitter van de raad voorgelezen, waarna het onmiddellijk dooreen door de voorzitter benoemd stembureau bestaande uit twee raadsleden wordt nagezien, terwijl de uitgebrachte stemmen door de griffier worden genoteerd. 7.. Briefjes die niet zijn ingevuld, zijn ondertekend, niet duidelijk een persoon aanwijzen of waarop bij tussenstemming of herstemming een andere naam is ingevuld dan diegene waartoe de keuze beperkt is, worden bij de bepaling van de volstrekte meerderheid niet meegeteld. 8.. Indien twijfel bestaat over de inhoud van een uitgebrachte stem, beslist de raad op voorstel van de voorzitter van de raad. 9.. De vergadering kan vorderen dat een briefje wordt getoond. 10.. De voorzitter van de raad doet de vergadering mededeling van: het aantal ingeleverde stembriefjes; het aantal uitgebrachte geldige stemmen; het aantal uitgebrachte stemmen, dat van onwaarde is; het aantal geldige stemmen, dat op iedere persoon is uitgebracht; de uitslag van de stemming.

Rechtspraak bij dit artikel