**1..** De voorzitter van de raad of diens door de raad benoemde eerste of tweede vervanger.
**2..** De voorzitter van de raad is, naast het geen hem in dit reglement of op grond van de Wet is opgedragen, belast met:
het leiden van de raadsvergadering;
het handhaven van de orde;
het in acht nemen en doen naleven van dit reglement;
wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt;
het geven van gelegenheid aan alle leden, met inachtneming van dit reglement, te spreken over de aan de orde zijnde onderwerpen;
het benoemen van toezeggingen van het college aan de raad:
het stellen van de conclusies, waarover gestemd wordt;
het doen plaatsvinden van de stemmingen;
het mededelen van de uitslag van de stemmingen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 7