De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van de informatie die hij heeft gekregen bij de uitoefening van deze taak. Dit geldt zelfs wanneer de vertrouwenspersoon is gestopt als vertrouwenspersoon. Daarbij doet de vertrouwenspersoon er alles aan om de privacy van de medewerker en betrokkene te waarborgen.
Personen, die met de vertrouwenspersoon praten over een kwestie, zijn verplicht om geheim te houden wat zij besproken hebben.
De vertrouwenspersoon heeft verschoningsrecht. Het verschoningsrecht geldt niet wanneer er sprake is van een (ambts)misdrijf. De vertrouwenspersoon is verplicht hiervan melding te doen aan het college. Wanneer er sprake is van een vermoeden van een strafbaar feit is de vertrouwenspersoon verplicht samen met het college daarvan aangifte te doen.