In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Wegenverkeerswet 1994: de Wegenverkeerswet van 21 april 1994, Stb 475.
Vrachtauto: motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg; als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990.
Parkeren: het doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen.
Belanghebbendenplaats: een parkeerplek in de openbare ruimte (zie bijlage 1) waarop met een vrachtauto mag worden geparkeerd door een ontheffinghouder. De volgende straten of delen van straten zijn aangewezen als belanghebbendenplaatsen:
Nijverwaard:
Oostzijde Ringerstraat (eerste 75 meter vanaf de Leeghwaterstraat);
Noordzijde Blankenstraat (deel tussen de Ringerstraat en de Marisstraat);
Beijerinckstraat;
Leemanstraat (eerste 50 meter vanaf de Lelystraat);
Oostzijde Cruqiusstraat (eerste 45 meter vanaf de Leeghwaterstraat);
Westzijde Cruqiusstraat (eerste 65 meter vanaf de Lelystaat);
Lelystraat eerste 30 meter vanaf de Calandstraat;
Kerkerak:
Industrieweg (m.u.v. de eerste 65 meter).
Aanvrager: de aanvrager van een ontheffing.
College: college van burgemeester en wethouders.
Ontheffing: een door het college verleende ontheffing, krachtens welke het is toegestaan een in deze ontheffing bedoelde vrachtauto te parkeren op belanghebbendenplaatsen.
Ontheffinghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie op grond van het bepaalde in deze beleidsregels ontheffing is verleend tot het parkeren van een vrachtauto op een belanghebbendenplaats