De seinen die hier worden beschreven zijn nog wel aanwezig in het tramvervoersysteem, maar worden bij vernieuwing vervangen door seinen uit Artikel 2.
Sein
Afbeelding
Omschrijving
Betekenis
Aandachtspunten
Z1
Een rond wit licht.
Zie OV1.
Te vervangen door OV1 of OV7 indien het om een voorsein gaat (bij vertrek halte met een navolgend OV1).
Z2
a. Een horizontale streep, gevormd door een vast geel licht.
Aan de trambestuurder, die vóór sein OV5 stilstaat en de halteringsknop indrukt, wordt dit sein getoond als de apparatuur voor de VRI in werking is gesteld. De tram moet blijven staan tot sein OV1, OV7 of Z1 wordt getoond.
Te vervangen door knipperend OV6.
b. Een knipperend Z2.
Aan de trambestuurder, die vóór sein OV6 stilstaat, wordt dit sein getoond als de tram automatisch is gedetecteerd. Gedurende het tonen van dit sein kan de bestuurder een aanvraag doen voor een rijweg door middel van het indrukken van de halteringsknop. De tram moet blijven staan tot sein OV1, OV7 of Z1 wordt getoond.
Te vervangen door knipperend OV6.
Z3
Een naar links (L) of naar rechts (R) geknikte streep, gevormd door wit licht.
Voorbijrijden op zicht toegestaan met de ter plaatse hoogst toegelaten snelheid. De rijweg is ingesteld uit het linker (L) of het rechter (R) spoor in de richting van een uitgereden wissel, dat in de afbuigende stand bereden wordt.
Te vervangen door W3 of W4, ook indien het wissel van de achterzijde bereden wordt.
Z4
Geen rijweg
Een horizontale streep, gevormd door wit licht.
Stoppen vóór het sein.
Het sein W1 kan in combinatie met sein L1 worden getoond.
Wordt ook toegepast op haltes vlak voor een overweg. In dit geval is er geen navolgend wissel.
Te vervangen door OV6 indien het sein geplaatst is voor een overweg. Voor wissels blijft sein W1 gelden.
Z5
Een horizontale streep en daaronder een stip, beide gevormd door wit licht.
Aan de trambestuurder, die vóór sein W1 stilstaat en de halteringsknop indrukt, wordt dit sein getoond als de apparatuur voor het neerlaten van halve-overwegbomen van de voorbij de halte gelegen overweg in werking is gesteld. De tram moet blijven staan tot dit sein wijzigt in sein OV7.
Te vervangen door knipperend OV6.
Z6
a. Een ‘V’ gevormd door wit, vast licht
De tram mag vertrekken. De overwegbomen van de OBI voorbij de halte zullen tijdig neergelaten worden.
Te vervangen door OV1.
b. Een knipperend Z6a.
De tram mag vertrekken van de halte. De overwegbomen van de OBI direct achter de halte zijn neergelaten.
Te vervangen door knipperend OV1.
Artikel 5.