Naar hoofdinhoud
1.. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan een openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, als: zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de openbare inrichting; of de openbare inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid (APV).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel