Naar hoofdinhoud
1. . Burgemeester en wethouders trekken de aanwijzing in: als dit noodzakelijk is in verband met de naleving van wet- en regelgeving; of als de houder niet langer is aan te merken als aanbestedende dienst. 2. . Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken, als: ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; op grond van verandering van omstandigheden of inzichten opgetreden of bekend geworden na het aanwijzingsbesluit intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang van de uit te voeren werkzaamheden; aan de aanwijzing verbonden voorschriften en/of beperkingen niet zijn of worden nagekomen; van de aanwijzing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel bij het ontbreken van een dergelijke termijn binnen een redelijke termijn; of indien de aanbestedende dienst en de houder geen overeenstemming bereiken over de voorwaarden waaronder de activiteiten worden verricht waarvoor het uitsluitend recht is verleend. de houder dit verzoekt.

Rechtspraak bij dit artikel