Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 42:

Woonkostentoeslag bij een koopwoning

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Gooise Meren 2019

Bijzondere bijstandsverlening voor woonkosten is in beginsel niet aan de orde. Het uitgangspunt is dat de algemene bijstandsuitkering voorziet in de woonkosten. Woonkostentoeslag kan alleen worden verleend indien de belanghebbende de woning bezit en bewoont, er sprake is van een onverwachte terugval in de inkomens- en/of vermogenssituatie en de belanghebbende niet in staat is de woonkosten te betalen. De woonkostentoeslag wordt berekend conform de systematiek van de Wht, waarbij alleen de volgende woonkosten voor woonkostentoeslag in aanmerking komen: de kosten van hypotheekrente per maand, na aftrek van de hiermee verband houdende belastingteruggaaf; de zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, zoals de rioolrechten, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten, het erfpachtcanon, de premies van verzekeringen tegen brand- en stormschade en het eigenaarsgedeelte onroerende zaakbelasting per maand. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende op grond van de Wht, gelet op zijn financiële situatie, voor de woonkosten per maand zou ontvangen. De aflossing en premies van een aan de hypotheek gekoppelde levensverzekering behoren niet tot de eigenaarslasten. Woonkosten hoger dan de huurtoeslaggrens komen niet voor bijstandsverlening in aanmerking. De woonkostentoeslag wordt voor een jaar toegekend. Aan de verlening van de woonkostentoeslag wordt de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huisvesting waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag. De periode als bedoeld in lid zeven kan worden verlengd als belanghebbende buiten zijn schuld nog geen huurwoning met een huur lager dan de huurtoeslaggrens heeft kunnen krijgen. Dit houdt in ieder geval in dat belanghebbende: Een jaar actief naar goedkopere woonruimte heeft gezocht waarvoor recht bestaat op huurtoeslag, ook buiten de regio Gooi en Vechtstreek. Dit betekent dat belanghebbende aantoonbaar consequent en adequaat gereageerd heeft op elke aangeboden woning met een huur lager dan de huurtoeslaggrens, ongeacht de aard of ligging van de woning; alles in het werk zal stellen om de woning te verkopen als er uitzicht is op goedkopere woonruimte: schakelt een makelaar in, zet via een advertentie de woning te koop (krant, toegankelijke websites voor het aanbieden van de koopwoning); geen passende woonruimte heeft geweigerd. Jaarlijks dient een herbeoordeling plaats te vinden waarbij de gehele (gezins)situatie in kaart moet worden gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel