Naar hoofdinhoud
Artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, Lijst I) en artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, Lijst II) Opiumwet, is in deze wet artikel 13b (Wet Damocles) opgenomen. Dit artikel wordt in beginsel niet toegepast in het geval er alleen een kleine hoeveelheid drugs wordt aangetroffen bestemd voor eigen gebruik (softdrugs ≤ 5 gram, harddrugs ≤ 0,5 gram). De bevoegdheid als bedoeld in artikel 13b Opiumwet kan daarnaast worden toegepast indien er voorbereidende handelingen worden uitgevoerd ter productie van de middelen als bedoeld in artikel 2 en 3. Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt: 1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf: een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen. Bij het toepassen van de bevoegdheid op basis van artikel 13b Opiumwet wordt aansluiting gezocht bij de artikelen 2,3,10 en 11 a van de Opiumwet en bij de daarbij behorende beschrijvingen als bedoeld in Lijst I en II behorende bij de Opiumwet. Tevens is aansluiting gezocht bij de Aanwijzing Opiumwet en de daarin opgenomen omschrijving van handelshoeveelheid. Wanneer in een woning een handelshoeveelheid softdrugs wordt aangetroffen, zijn de maatregelen minder zwaar dan wanneer een handelshoeveelheid harddrugs wordt aangetroffen. Dit vanwege de grotere inbreuk die de handel in harddrugs maakt op de openbare orde en de rechtsorde in zijn algemeenheid. noot 1. Deze aanwijzing heeft betrekking op de opsporing en de vervolging van personen die delicten uit de Opiumwet begaan. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de bestuurlijke en strafrechtelijke aspecten van het gedoogbeleid ten aanzien van coffeeshops en aan de vervolging van voorbereidingshandelingen met betrekking tot lijst II-middelen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel