Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 10.

Dagplaatsvergunning

Onderdeel van Marktverordening 2019 Leidschendam-Voorburg

Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vaste-standplaatsvergunning omdat voor de plaats geen vergunning geldt, de vergunning is vervallen of omdat de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is voorzien in vervanging overeenkomstig artikel 9. Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking degenen die daarvoor vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een aanvraag hebben ingediend, voldoen aan de brancheringslijst en die niet zijn uitgesloten omdat zij gedurende een of meer van de voorafgaande vier marktdagen: zich op de markt schuldig hebben gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling hebben overtreden, of niet tijdig het verschuldigde marktgeld hebben voldaan dat wordt geheven op de grondslag van artikel 229 van de Gemeentewet. Het belang van een volledig bezette markt gaat voor op het voldoen aan de brancheringslijst. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van een gegadigde bepalen dat een uitsluitingsgrond niet geldt of dat voor de toepassing van lid 2 een langere termijn in aanmerking wordt genomen. Bij meerdere gegadigden wordt er geloot door de marktmeester; Een dagplaatsvergunning kan niet worden overgedragen. De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. Op de markt zijn plaatsen aangewezen als standwerkersplaats. Een standwerkersplaats wordt bij aanvang van de markt door de marktmeester voor die dag verloot.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel