Indien het bestuursorgaan of de rechtspersoon met overheidstaak beslist om een Bibob-toets te starten, vult betrokkene een Bibob-formulier in en dient deze in. Daarbij worden de documenten gevoegd die in dat formulier zijn vermeld en de beantwoording van de eventuele aanvullende vragen die bij de uitreiking daarvan door of namens het bestuursorgaan zijn gesteld.
Een betrokkene aan wie een Bibob-formulier is uitgereikt, wordt gedurende een termijn van tien werkdagen in de gelegenheid gesteld om dit samen met de gevraagde informatie bij het bestuursorgaan in te dienen.
Indien een Bibob-formulier, volgens de daarin of daarbij gegeven aanwijzingen, onvolledig is ingevuld, niet alle verzochte bijlagen daaraan zijn toegevoegd of gegevens bevat waarvan gelijk duidelijk is dat deze onjuist zijn, wordt de indiener krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende tien werkdagen de gelegenheid geboden tot herstel.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 10