Uitvoering van de Bibob-toets vindt in ieder geval plaats bij elke aanvraag voor een beschikking op grond van:
artikel 3 van de Drank- en Horecawet, met uitzondering voor een horecavergunning voor de zogenaamde para-commerciële rechtspersonen als bedoeld in artikel 1 van die wet;
artikel 2.28 van de APV (horeca of coffeeshop exploitatievergunning);
artikel 3.4 van de APV (seksinrichting/escortbedrijf);
artikel 2.39 van de APV (speelautomatenhal) indien er sprake is van:
een nieuwe vestiging van een inrichting of bedrijf;
een overname of wijziging van een exploitant.
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid zal het bestuursorgaan ten aanzien van para-commerciële instellingen en slijterijen alleen een Bibob-onderzoek starten indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregel.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 5