Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 11.

Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij belanghebbenden met een uitkering

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering Participatiewet 2019 Bommelerwaard

1.. Voor de hoogte van het aflossingsbedrag voor de belanghebbende met inkomen op bijstandsniveau wordt aangesloten bij het bedrag dat op basis van wet- en regelgeving maximaal mogelijk is. Indien er sprake is van een lening in het kader van een inrichtingskrediet betreft de aflossing 7% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (inclusief vakantietoeslag). 2.. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, wordt met een betalingsvoorstel van de debiteur ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 36 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt. 3.. In geval van beslaglegging door een derde (dat wil zeggen een andere schuldeiser dan het college), kan de aflossingsverplichting ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen worden bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel