Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 16.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Krimpenerwaard 2019

Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; over benoemingen, keuzen, voordrachten, aanbevelingen of ontslag van personen; indien een klacht op grond van het Klachtenprotocol dan wel een melding op grond van de gedragscode kan of kon worden ingediend; over ingekomen stukken; over onderwerpen waarover degene die van het spreekrecht gebruik wil maken hiervan reeds gebruik heeft gemaakt en niet van nieuwe feiten of omstandigheden is gebleken; Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste vier uur voor aanvang van de vergadering aan de griffier, tenzij de voorzitter oordeelt een kortere termijn mogelijk is. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de raadsleden toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. De voorzitter kan de inspreker het woord ontnemen indien naar zijn oordeel van het gestelde in het tweede lid sprake is.

Rechtspraak bij dit artikel