In de visie van de gemeente Buren hebben inwoners/huishoudens (volledig) de regie bij het vormgeven van hun leven. Kinderen/jeugdigen zitten niet in diezelfde positie. Voor de kinderen/jeugdigen gelden een aantal aanvullende principes.
Alle inwoners van de gemeente Buren krijgen gelijke toegang tot de Jeugdhulp. Dit wordt op de volgende wijze vormgegeven:
De gemeente werkt zoveel mogelijk samen met scholen, huisartsen, POH, sport- en andere verenigingen, huiswerkbegeleidingsgroepen, consultatiebureau, SEH van het ziekenhuis, politie, jongerenwerk, signalen uit de omgeving van het gezin, leerplichtambtenaar, wijkverpleegkundige en maatschappelijk werk, om zo kinderen/jeugdigen met problemen in beeld te krijgen.
Onafhankelijk van het feit of een jeugdige zichzelf heeft aangemeld, de aanmelding is gedaan door de ouders of dat de jeugdige ‘gevonden’ is, blijft de aanpak dat eerst in gesprek met jeugdige en (afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige) met ouders de eigen kracht en de bijdrage die het eigen netwerk kan leveren wordt verkend voordat (duurdere) professionele hulp wordt ingezet.
Er wordt gewerkt vanuit het principe: één gezin, één plan, één vaste regievoerder. Dit betekent niet één ondersteuningsplan per gezin. Onder andere vanwege privacywetgeving is het niet mogelijk om persoonlijke informatie over verschillende gezinsleden in één plan te verwerken. Er wordt wel naar het gezin als geheel gekeken (integrale aanpak), maar dit wordt uitgewerkt in een plan op maat per gezinslid dat ondersteuning nodig heeft. Ook voor jeugdigen geldt zoveel mogelijk dat de jeugdige/ouders het ondersteuningsplan zelf vormgeven en dossiereigenaar zijn. Als het voor de jeugdige/ouders (tijdelijk) niet haalbaar is om zelf dossiereigenaar te zijn, dan kan een (jeugd)medewerker Stib (wijkteam Sterk in de Buurt) de regievoering (tijdelijk) op zich nemen. In uitzonderlijke gevallen is een gezinsvoogd eigenaar van het dossier. Dit laatste is het geval als dit als een dwingende maatregel is opgelegd door de Raad van de Kinderbescherming/Kinderrechter.
Als kinderen/jeugdigen een chronische beperking c.q. aandoening hebben en hierdoor is langdurig dezelfde ondersteuning nodig, dan leidt dit tot een indicatie voor een langere periode met een maximum van 5 jaar. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de verschillende leeftijdsfasen van jeugdigen (zie bijlage 1).
Als een ouder/kind zich niet zelf met een hulpvraag meldt of niet akkoord gaat met inzet van jeugdhulp, kan er in beginsel ook geen hulp worden ingezet. De ervaring leert dat bij de ontkenning van een hulpvraag problemen vaak in een later stadium escaleren. Als volgens deskundigen de veilige ontwikkeling van het kind in het geding is, danwel er vanuit bijvoorbeeld school en/of sociaal netwerk gemeld wordt dat er zorgen zijn, dan zal geprobeerd worden – indien nodig met drang – hulp in te zetten om latere escalatie (zorg met dwang via de kinderbescherming of rechter) te voorkomen.
Wij zorgen bij het bereiken van de meerderjarigheid (18), als dat nodig is, voor een overgang van Jeugdhulp naar andersoortige ondersteuning, waardoor er sprake is van zorgcontinuïteit en een integrale aanpak, ook als de wet daarin niet voorziet. Dit in het belang van de betrokken jeugdige, de samenleving en de gedane investeringen. Hiervoor is binnen de teams WMO/Jeugd/Stib en Werk en Inkomen een werkproces opgesteld.
Binnen dit complexe veld en dynamiek streeft Buren er naar dat elke jeugdige de kans krijgt om zich binnen zijn/haar mogelijkheden te ontwikkelen en naar vermogen een zelfstandig leven te kunnen leiden. Om dit te bereiken wordt er indien nodig ondersteuning ingezet (bieden van perspectief). Daarnaast is de samenwerking met onder andere het Onderwijs (verwerven startkwalificatie) van groot belang.