In artikel 8.1.2 van de Wet en artikel 14 lid 2 van de Verordening is vastgelegd dat de jeugdige en/of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van belang zijn bij de (her)beoordeling van een beslissing over inzet van een individuele voorziening. Daarnaast is in artikel 8.1.2 lid 3 van de Wet vastgelegd dat jeugdige en zijn ouders verplicht zijn het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de Wet.
Hieronder wordt een nadere uitwerking gegeven wat onder deze medewerkingsplicht in ieder geval wordt verstaan.
Van de aanvrager en beoogde ontvanger van jeugdhulp danwel zijn wettelijk vertegenwoordiger wordt verwacht:
Dat een gesprek wordt gevoerd met een (jeugd)medewerker Stib;
Dat relevante informatie wordt aangeleverd;
Dat een zorgmomentenoverzicht wordt opgesteld en aangeleverd;
Dat een huisbezoek wordt toegestaan;
Als het onderzoek te belastend zou zijn ze dat bewijzen door verklaringen van deskundige derden;
Dat onderzoek door een onafhankelijke derde wordt toegestaan;
Dat alternatieven worden aangedragen voor andere wijzen van onderzoek;
Dat relevante rapportages worden aangeleverd;
Dat informatie van school wordt aangeleverd;
Dat toestemming wordt gegeven voor het voeren van een gesprek met hulpverleners en medewerkers van school;
Dat toestemming wordt gegeven voor het mogen observeren ook in de gezinssituatie;
Dat toestemming wordt gegeven tot inbreuk op het gezinsleven;
Dat een financiële onderbouwing wordt aangeleverd voor de gevolgen van het niet verkrijgen of wegvallen van pgb inkomen.
Hierbij geldt natuurlijk dat altijd goed overwegen moet worden of het doel (de benodigde informatie) niet op een lichtere minder ingrijpende manier kan worden verkregen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Medewerkingsplicht
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Buren 2019