Om vast te stellen op welke hulp de jeugdige en/of ouders redelijkerwijs zijn aangewezen wordt door de (jeugd)medewerker van Stib gelet op de omstandigheden van de betrokken jeugdige. De jeugdmedewerker beoordeelt welke hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. Bij die beoordeling dienen de leeftijd van de jeugdige, de aard van de zorghandelingen, de frequentie van deze zorghandelingen en de omvang van de daarmee gemoeide tijd te worden betrokken. Deze thema’s worden hieronder nader uitgelegd. Tevens wordt beoordeeld of er sprake is van 1 of meerdere uitzonderingen die van invloed kunnen zijn bij het bepalen van de gebruikelijke hulp van ouders aan de jeugdige. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met die situaties waarbij ouders voortdurend in de nabijheid moeten zijn om niet planbare hulp en toezicht te leveren vanwege de (chronische) aandoening, stoornissen en beperkingen van het kind.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6
Algemeen beoordelingskader
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Buren 2019