**1..** De centrumgemeente brengt de volgende kosten bij de gemeenten in rekening:
salariskosten: de salariskosten van de medewerkers van de uitvoeringsorganisatie tot het maximale bedrag behorende bij de functionele salarisschaal, inclusief eventuele garantietoelagen;
bijzondere beloningen: de kosten van bijzondere beloningen die de centrumgemeente toekent op basis van het functioneren van de medewerker in de uitvoeringsorganisatie;
automatisering: de werkelijke kosten van de door de uitvoeringsorganisatie gebruikte software, voor zover specifiek aangeschaft dan wel gehuurd, voor het leveren van de producten, waarop het bedrijfsplan betrekking heeft;
externe deskundigen: kosten voor inhuur van bijv. taxateurs en andere adviseurs;
overige kosten: griffierechten, proceskosten, kosten extern uitgevoerde controles, kosten externe deurwaarder;
kapitaallasten: de jaarlijkse kosten voor rente en afschrijving voor investeringen met een meerjarig nut (ICT);
overhead: het tarief van 31.500,- per fte in 2018, jaarlijks te corrigeren met het gemiddelde cijfer van de loonkostenontwikkeling en de prijsontwikkeling goederen en diensten zoals door het Centraal Planbureau is afgegeven/geraamd.
**2..** De toerekening van de in het eerste lid genoemde kosten, met uitzondering van de kosten onder letter e, vindt plaats op basis van de aantallen van per gemeente binnen een kalenderjaar gegenereerde output voor de uitvoering van de WOZ, de heffing en de invordering. De kosten als genoemd onder lid 1 letter e worden apart per gemeente in rekening gebracht.
**3..** Onder output wordt verstaan:
voor de kosten voor de uitvoering van de WOZ: het totaal aantal verstuurde WOZ-beschikkingen per kalenderjaar;
voor de kosten van heffing: het totaal aantal opgelegde aanslagregels per kalenderjaar;
voor de kosten van invordering: totaal aantal verstuurde aanslagbiljetten per kalenderjaar.
**4..** De output zoals vermeld in lid 3 onder a en b wordt verhoogd met een toeslagpercentage of verlaagd met een kortingspercentage op de wijze zoals vermeld in bijlage 2, tenzij sprake is van volledige harmonisatie van de beleidsuitvoering. Deze bepaling komt met ingang van 2020 te vervallen.
**5..** De totaal binnen een kalenderjaar in rekening gebrachte wettelijke kosten van aanmaning, dwangbevel en andere dwanginvorderingskosten per gemeente worden jaarlijks bij het vaststellen van de jaarrekening in mindering gebracht op de totale kosten voor de uitvoering van de dwanginvordering;
**6..** Als het toevoegen en afhalen van producten als bedoeld in artikel 2 lid 4 leidt tot een vermeerdering/vermindering van werkzaamheden, dan zijn de gemeenten onverminderd het bepaalde in het tweede lid van dit artikel gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële gevolgen. Onder deze gevolgen wordt in ieder geval verstaan het ontstaan van wachtgeldverplichtingen en de toename van de kosten als bedoeld in het eerste lid.
**7..** De gemeenten blijven verantwoordelijk voor de kosten die voortkomen uit aanspraken van derden die voortvloeien uit het leveren van de producten, waarop het bedrijfsplan betrekking heeft.
**8..** De centrumgemeente verzendt voor 1 mei van ieder kalenderjaar aan de overige gemeenten een nacalculatie van het afgelopen kalenderjaar op basis van de daadwerkelijke kosten en aantallen. inclusief eventueel meerwerk conform individuele afspraken of overeenkomsten
**9..** De gemeenten betalen aan de centrumgemeente per kwartaal een voorschot dat gelijk is aan 25% van de in lid 1 opgenomen kosten en wel op 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november van ieder jaar. De betalingstermijn voor de factuur is binnen 14 dagen vanaf de factuurdatum.
Artikel 9
Financiële bepalingen
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid 2018