Naar hoofdinhoud
De laatste jaren is er een ontwikkeling gaande waarbij para-commerciële instellingen een commerciële instelling vragen de horeca-activiteiten op zich te nemen (verpachte horeca). Voor de paracommercie geldt dat deze verplichte eindtijden hebben (tot 1.00 ’s nachts), mogen werken met vrijwilligers, geen horeca-exploitatievergunning nodig hebben (tenzij er sprake is van een terras), een para-commerciële drank- en horecavergunning mogen aanvragen (indien er licht alcoholische dranken worden geschonken), het barpersoneel de cursus sociale hygiëne moet hebben gehaald en dat er geen sprake mag zijn van oneerlijke concurrentie. Om dat laatste te bewerkstelligen is vastgelegd dat para-commerciële bedrijven per jaar 8 bijeenkomsten van persoonlijke aard mogen organiseren en 4 bijeenkomsten die zijn gericht op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de rechtspersoon zijn betrokken (artikel 2:34c Apv). Vanzelfsprekend mag duidelijk zijn dat para-commerciële instellingen geen commerciële drank- en horecavergunning kunnen aanvragen. De vraag is hoe het bovenstaande zich verhoudt tot een commerciële rechtspersoon aan wie de horeca-activiteiten zijn verpacht door de para-commerciële rechtspersoon. Om dit helder te krijgen, is hieraan een paragraaf gewijd in dit beleidsstuk. Feit is dat een commerciële partij niet valt onder de regels van de paracommercie. Dat houdt in dat een commerciële partij te allen tijde een horeca-exploitatievergunning dient aan te vragen en, ingeval er alcoholische dranken worden geschonken, een commerciële drank- en horecavergunning. Zij dienen zich verder te houden aan de regels die ook gelden voor de reguliere horeca. Wel moet er gekeken worden naar het bestemmingsplan. Als een locatie een sport- of maatschappelijke bestemming heeft zoals gebruikelijk is ten aanzien van de paracommercie (en dus geen horecabestemming) dan kan het enkel gaan om ondergeschikte horeca. Zoals reeds opgenomen in paragraaf 3.2.1. betekent dit onder andere dat de horeca niet meer oppervlakte mag beslaan dan de hoofdactiviteit, er geen eigen reclame gemaakt mag worden voor het horecagedeelte, er geen sprake mag zijn van een eigen bezoekersstroom etc. Indien de commerciële partij derhalve de horeca-activiteiten wenst te intensiveren, dan zal dit gecombineerd moeten worden met de hoofdactiviteit (sportfestiviteiten, maatschappelijke activiteiten e.d.) of betrekking moeten hebben op de leden (workshops in het horecagedeelte, bijeenkomsten ten behoeve van ledenwerving e.d.). Naast het bovenstaande worden ten behoeve van deze specifieke tussenvariant (commerciële partij in een para-commerciële instelling) 15 bijeenkomsten (met alcohol) van persoonlijke en niet-persoonlijke aard toegestaan op jaarbasis. Opgemerkt wordt dat, indien er geen alcohol wordt geschonken, de regels van de Drank- en horecawet dan wel paracommercie niet van toepassing zijn. Zo nu en dan een kinderfeestje op een sportclub waarbij geen alcohol wordt geschonken is dan bijvoorbeeld toegestaan. Wel moet altijd de hoofdactiviteit in de gaten gehouden worden. Ook bijeenkomsten waarbij geen alcohol wordt geschonken, moeten van ondergeschikte aard blijven. Tot slot geldt voor deze tussenvariant dat er enkel licht alcoholische dranken geschonken mogen worden. Dit omdat de locatie van oorsprong paracommercie betreft en het niet wenselijk is dat er op deze locatie zware alcoholische dranken worden aangeboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel