In de horeca-exploitatievergunning kunnen te allen tijde nadere voorschriften worden gesteld, indien de burgemeester dit nodig acht.
Daarnaast is besloten enkele bepalingen genoemd in de Drank en Horecawet van overeenkomstige toepassing te verklaren op de horeca-exploitatievergunning.
Allereerst mogen leidinggevenden niet onder curatele staan, dan wel uit het ouderlijk gezag of voogdij ontzet zijn. Ook mogen zij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn en moeten zij de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt. Deze punten zijn tevens opgenomen in artikel 2:28, zevende lid, van de Apv en komen overeen met artikel 8, eerste lid, Drank en horecawet.
Daarnaast wordt van belang geacht dat de leidinggevenden genoemd op de horeca-exploitatievergunning beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne (artikel 8, derde lid, Drank en horecawet).
Verder zal een vergunning worden geweigerd of naderhand worden ingetrokken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet overeenkomt met wat in de aanvraag is vermeld (komt overeen met artikel 27, eerste lid onder b, Drank en horecawet). Ook als de horeca-exploitatievergunning niet binnen een jaar wordt gebruikt (daadwerkelijk wordt gebruikt ten behoeve van het exploiteren van de horeca-inrichting), kan deze worden ingetrokken.
Tot slot dient opgemerkt te worden dat de horecaonderneming zich dient te houden aan de opgegeven tijden zoals genoemd op de horeca-exploitatievergunning. In de Apv worden geen algemene eindtijden aangehouden. De eindtijden zullen per aanvraag bekeken worden, waarbij er tevens rekening dient te worden gehouden met wat er bestemmingsplantechnisch op de betreffende locatie is toegestaan (zie ik ook hoofdstuk 3.2). Daarnaast behoudt de burgemeester zich te allen tijde het recht voor om de eindtijden aan te passen indien daar reden toe is (discretionaire bevoegdheid).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6