Naar hoofdinhoud
In de vergunning openbare inrichting kunnen te allen tijde nadere voorschriften worden gesteld, indien de burgemeester dit nodig acht. Voor het overige gelden voor de vergunning openbare inrichting dezelfde vereisten als voor de horeca-exploitatievergunning, zo blijkt uit artikel 2:28, zevende lid, van de Apv. Hieruit blijkt dat leidinggevenden niet onder curatele mogen staan, dan wel uit het ouderlijk gezag of voogdij ontzet mogen zijn. Ook mogen zij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn en moeten zij de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt. Daarnaast zal een vergunning openbare inrichting worden geweigerd of naderhand worden ingetrokken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet overeenkomt met wat in de aanvraag is vermeld. Verder dient opgemerkt te worden dat de openbare inrichting zich dient te houden aan de opgegeven tijden zoals genoemd op de vergunning openbare inrichting. In de Apv worden geen algemene eindtijden aangehouden. Dit zal per aanvraag worden bekeken. De burgemeester behoudt zich te allen tijde het recht voor om de eindtijden aan te passen indien daar reden toe is (discretionaire bevoegdheid). Net als bij de horeca-exploitatievergunning is vereist, dient minimaal één van de opgegeven leidinggevenden tijdens de openingstijden aanwezig te zijn in de openbare inrichting. Mocht dit niet zo zijn, dan zal er handhavend worden opgetreden (zoals omschreven in paragraaf 3.3). Indien een vergunning openbare inrichting niet binnen een jaar wordt gebruikt (daadwerkelijk wordt gebruikt ten behoeve van het exploiteren van de openbare inrichting), kan deze worden ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel