Naast de in 4.1 genoemde categorieën bedrijven, zal de exploitatievergunning openbare inrichting ook gelden voor openbare inrichtingen waartegen reeds eerder meerdere malen (minimaal 2 keer) bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavend is opgetreden (hieronder worden geen waarschuwingen verstaan). Ook kan er een noodzaak tot een vergunningplicht ontstaan indien er sprake is van veel overlastklachten uit de wijk. Daarnaast kan een openbare inrichting verplicht worden een vergunning aan te vragen, indien de gemeente, politie of het OM concrete redenen hebben dat hiertoe een noodzaak bestaat. Reden hiervoor kan bijvoorbeeld een strafrechtelijk verleden zijn van de exploitant, het vermoeden dat er in enige mate sprake is van slecht levensgedrag, als er sprake is van veel bezoekers met antecedenten of als het betreffende pand in het verleden eerder betrokken is geweest bij handhavingstrajecten. Om willekeur te voorkomen, dient per geval goed gemotiveerd te worden waarom de betreffende exploitant wordt aangeschreven om een vergunning openbare inrichting aan te vragen, inclusief bijbehorende bibob-toets.
Tot slot zal er een vergunningplicht gaan gelden voor openbare inrichtingen welke na 1.00 uur ’s nachts geopend zijn. Dit omdat dienstverlenende activiteiten (detailhandelsactiviteiten vallen immers onder de tijden genoemd in de Winkeltijdenwet) ook in de nachtelijke uren tot overlast kunnen leiden. Gedacht kan worden aan 24-uurs sportscholen. Middels een vergunning kunnen dan nadere voorschriften worden gesteld om de mogelijke overlast tot een minimum te beperken.
Voor deze categorie (openbare inrichtingen welke na 1.00 uur ’s nachts geopend zijn) zal niet per definitie een bibob-toets gelden, enkel als daar reden toe is (leidraad hiervoor is de indicatorenlijst zoals genoemd in het Bibob-beleid) of als de betreffende onderneming valt onder één van de genoemde risico-branches of gevestigd is in een risicogebied zoals opgenomen in het Bibob-beleid. Indien er geen bibob-toets wordt uitgevoerd, zal in ieder geval een VOG worden opgevraagd ten aanzien van de opgegeven leidinggevenden en zal er een screening plaatsvinden op basis van artikel 16, eerste lid Wet politiegegevens.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2