De horeca-exploitatievergunning is primair een overlastvergunning: zij biedt de mogelijkheid preventief te toetsen of de exploitatie van een horecabedrijf zich verdraagt met het woon- en leefmilieu ter plaatse. Daarbij is van belang in welke mate van het bedrijf zelf overlast is te duchten, maar ook in welke mate de komst van het bedrijf de leefbaarheid en het karakter van de buurt zal aantasten.
Bij de vergunningverlening let de burgemeester op de aard van de inrichting, de mate van de te constateren overlast, het karakter van de omgeving (de straat en de wijk), de (justitiële) achtergrond van de beheerder, eventuele eerdere tijdelijke sluitingen en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. Bij de “aard van de inrichting” wordt gekeken naar het soort horeca (bijvoorbeeld discotheek of lunchroom) in relatie met overlast en het bestemmingsplan. Bij mate van overlast valt te denken aan de sluitingstijden die de exploitant zelf opgeeft, overlast van mensen die buiten roken en overlast door parkeren en verkeerslawaai. Bij karakter van omgeving moet worden gedacht aan de verkeersituatie, aantal beschikbare parkeerplaatsen voor bezoekers, afstand tot woningen, breedte van de straat tot aan de overzijde, etc.
Bij een vergunningsaanvraag worden diverse afdelingen van de Gemeente, de politie en indien nodig de brandweer, om advies gevraagd. Bij nieuw te vestigen bedrijven op een nieuwe locatie kan een preventieve afweging van de aard van het bedrijf ten opzichte van de omgevingsfactoren worden gemaakt.
De feitelijke kracht van het stelsel ligt in de mogelijkheid voor de burgemeester om een vergunning tijdelijk of definitief in te trekken (en dus de exploitatie tijdelijk of definitief te doen staken) wanneer sprake is van een aan de inrichting te relateren ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat, de openbare orde, de veiligheid en de zedelijkheid, dan wel (herhaalde) overtreding van de aan de vergunning verbonden voorschriften. De burgemeester zal de tijdsduur van de intrekking moeten motiveren en moeten relateren aan de ernst en de aard van de geconstateerde overtredingen. Ook kunnen bepaalde activiteiten in een horecabedrijf leiden tot het tussentijds instellen van een bibob-onderzoek met als gevolg, als er sprake is van enige mate of ernstige mate van gevaar, extra voorwaarden die aan de vergunning worden gekoppeld of intrekking van de vergunning. Indien aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een situatie zoals genoemd onder punt 1, 2 of 3 onder de intrekkingsmogelijkheden, kan de burgemeester bepalen dat een nieuwe vergunning voor dezelfde inrichting gedurende een bij de intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar kan worden geweigerd.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Woon- en leefsituatie in de omgeving
Onderdeel van Beleid exploitatievergunning horeca en openbare inrichtingen Gemeente Nieuwegein 2019